Spelregels - horseball

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

spelinformatie

Spelregels

Hoe werkt het spel?

Een team bestaat uit zes spelers, waarvan vier in de wedstrijdring zijn en twee zich in de vrije zone bevinden. Er mag regelmatig gewisseld worden (net als met basketbal). Het spel duurt twee keer tien minuten, met een pauze van drie minuten. Elk team heeft recht op twee time-outs van dertig seconden per speelhelft.

Scoren



Na de bal tenminste driemaal te hebben overgespeeld aan drie verschillende spelers van dezelfde ploeg mag men proberen een doelpunt te scoren. Het speelveld is een rechthoekig veld van min. 60 x 20 meter met op de kopse kanten de doelen. Deze doelen hangen 3,5 meter boven de grond, en zien eruit als hoepels met een diameter van 1 meter. De ploeg die de meeste doelpunten gescoord heeft wint de wedstrijd.

De bal

De bal is voorzien van zes lederen riemen die het oprapen, zonder een voet op de grond te zetten en het afpakken uit de handen van de tegenstander, toelaat. De speler moet absoluut in beweging zijn om de bal te mogen oprapen en hij mag hem niet langer in handen houden dan tien seconden.

Oprapen


Oprapen mag niet gebeuren in stilstand. Slechts één ruiter mag proberen de bal op te rapen, de anderen bevinden zich op vijf meter afstand. De opraper mag niet gestoord worden de tegenstander mag pas weer aanvallen als de opraper weer recht op het paard zit.

Terrein

Het terrein is 60 – 75 meter lang en 20 ­30 meter breed. De ideale afmeting is 65 x 25 meter. Aan de korte zijde is
een beschot van 1.60 meter hoog.

Het doel

Het doel is 1 meter in doorsnee en de onderkant van het doel hangt 3.5 meter boven de grond en 2,5 meter van de achterlijn.

Voorrangsregel bij het oprapen

Eerste degene die het dichtste bij de bal is
Of de speler die in de richting van het spel rijdt
Of de speler van de ploeg die de bal het laatste in het bezit had

Verdedigingsmiddelen



Mandekking; probeer het paard, door er naast te gaan rijden van de rechte lijn af te duwen. Plaatsdekking; door de tegenspelers te volgen.
Betwisten; afpakken van de bal door slechts één speler.

Straffen

P1- Bij gevaarlijk of ruw spel: een vrij schot op het doel vanaf de vijf meter lijn
P2- Bij minder ernstige overtreding: een schot vanaf de tien meter lijn of drie keer overspelen vanaf de vijftien meter lijn.
P3- Bij de kleine overtreding; een vrije bal vanaf het punt waar de overtreding plaats vond.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu